Kwaliteit boven kwantiteit: waarom het ingangsexamen voor geneeskunde een goede zaak is

Door Valerie Van Peel op 8 juli 2015, over deze onderwerpen: RIZIV-nummers, Volksgezondheid
stetoscoop

Ja, de contingentering en het ingangsexamen voor de studies geneeskunde en tandheelkunde bewijzen vandaag nog altijd hun nut, stelt Valerie Van Peel. Die afschaffen, zou alleen maar kwalijke gevolgen hebben voor de kwaliteit van de opleiding en voor onze gezondheidszorg in het algemeen.

 

Met haar pleidooi om de numerus clausus af te schaffen, slaat Anne Delespaul de bal goed mis (in De Standaard, 7 juli 2015). Om dit goed te begrijpen moeten we even terug in de tijd. Vóór de invoering ervan in 1997 zorgde een te veel aan artsen voor lege praktijken met een overconsumptie en stijgende kost voor de gezondheidszorg tot gevolg. Bovendien had het te grote aantal studenten ook nefaste gevolgen voor de kwaliteit van de opleiding.

In Wallonië is de situatie ondertussen niet veel veranderd. De kwalijke effecten van het jarenlange hardnekkig weigeren om een ingangsexamen in te voeren, zijn vandaag overduidelijk. Professoren klagen terecht aan dat er in de overvolle aula’s van goed lesgeven amper sprake kan zijn. Dat het gemiddelde slaagpercentage na het eerste jaar dan ook maar zo’n 25% bedraagt (aldus voormalig minister Onkelinx), is veelzeggend. Niet voor niets pleiten ook de Franstalige studentenverenigingen om een ingangsexamen in te voeren. Vlaanderen neemt daarentegen - zoals bekend - wel al quasi 18 jaar haar verantwoordelijkheid door een toelatingsproef te organiseren. Dat zo’n 85% van de studenten ook het einddiploma behaalt, toont dat de opleiding in Vlaanderen er de laatste jaren alleen maar op vooruit gegaan is.

Het dynamische kadaster - dat het medische aanbod in kaart brengt - moet nog verder uitgefilterd worden. Maar één zaak staat vast: er is geen absoluut tekort aan artsen in het algemeen. Die tekorten situeren zich wel in bepaalde specialiteiten en woongebieden. Maar dat los je niet op met een algehele verhoging van de quota, laat staan met de afschaffing van de contingentering. Aan de orde is dus een betere toeleiding en het instellen van aangepaste subquota voor specialisaties, een bevoegdheid die sinds de zesde staatshervorming aan de gemeenschappen toebehoort.

Waarom blijft deze discussie dan toch gaande? De politieke onwil van de bevoegde PS-excellenties is in dit dossier over de jaren heen legendarisch te noemen. Zo zorgde toenmalig minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx ervoor dat men aan Waalse kant de RIZIV-nummers van de volgende jaren mocht opsouperen om het teveel aan afgestudeerden toch een nummer te kunnen bezorgen (via de zogenaamde ‘lissage’). In 2018 zal er in Wallonië zo een te veel van 2194 afgestudeerden zijn. Enkel na aanhoudend protest kon Vlaanderen net vermijden dat Onkelinx de hele contigentering zou afschaffen om haar collega Waals minister van Onderwijs Jean-Claude Marcourt uit de nood te helpen. Dat ze daarbij de duizenden Vlaamse studenten zou schofferen die over de jaren heen niet aan hun opleiding konden beginnen omdat ze wel een ingangsexamen deden, kon haar niet deren. En dat we daarbij dreigden terug te keren naar de barre situatie van voor 1997 was voor La Onkelinx zelf geen enkel bezwaar. Après nous la déluge, dat is de houding. Ook hier weer.

Deze federale regering heeft zich mede onder druk van N-VA in dit dossier streng maar rechtvaardig opgesteld. Al in november legde minister De Block haar compromisvoorstel neer. Als en alleen als de Waalse regering na 18 lange jaren eindelijk een adequate filter zou instellen voor haar opleidingen geneeskunde, kan Wallonië nog enkele jaren gebruik maken van de lissage om de studenten die nu in opleiding zijn een toekomst als arts te bieden. Maar de overtallen die nu geboekt worden, zullen stapsgewijs vanaf 2022 van de nieuwe quota afgetrokken worden. Een afbetaling die op lange termijn de balans moet herstellen en waarmee eindelijk ook het nodige respect opgebracht wordt voor de Vlaamse studenten die wel al die jaren een toelatingsproef afleggen.

Of het ooit zo ver komt, is afwachten. Pas drie weken geleden, na maanden van tegenspruttelen, liet Marcourt een decreet goedkeuren met daarin een filter met numerus fixus op het einde van het eerste jaar. Dat hij daarbij opnieuw een pak Waalse studenten een jaar van hun studies wil laten verliezen, is voor zijn eigen rekening. Maar niet voor niets heeft de Raad Van State dit in het verleden al een keer naar de prullenbak verwezen wegens discriminerend ten opzichte van die studenten die na een jaar hard labeur wel slaagden, maar toch niet over konden gaan.

Echter, gezien de geschiedenis in dit dossier, is mijn analyse dat hij deze filter enkel en alleen voorstelt om zich nog maar eens een jaar aan zijn plichten te ontrekken. In de hoop dat, als de situatie nog net iets meer uit de hand loopt, er op federaal niveau alsnog toegegeven zal worden aan de vraag van de studenten om alsnog een RIZIV-nummer te verkrijgen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt echter al jaren bij minister Marcourt, niet federaal.

De Vlaamse regering heeft al te kennen gegeven geen vertrouwen te hebben in de filter op het Waalse niveau en dus niets te willen goedkeuren op de interministeriële conferentie terzake. En mede op onze vraag heeft minister De Block nu geantwoord dat ze eerst bewijzen wil over de effectiviteit voor ze ook na volgend jaar nog een verdere lissage wil toelaten. Schrijnend voor de Waalse studenten, confronterend voor de Vlaamse studenten, slecht voor onze gezondheidszorg. Maar ach, het is duidelijk niet dat wat de PS-politici in dit dossier drijft. Als je maar bij een standpunt kan blijven dat ondertussen door iedereen rondom jou achterhaald is. Als je maar gelijk krijgt. Dan is dat ‘hebben’ niet zo belangrijk.

De Vlaamse studenten die gisteren voor het toelatingsexamen slaagden, wens ik alvast een kwaliteitsvolle opleiding en een succesvolle carrière. En de Waalse studenten wens ik eindelijk politici met gezond verstand toe.

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
3
De gemiddelde score is