De zoon van Françoise Jonckheere voert al jarenlang een eenzame strijd tegen de machtige bouwmaterialenproducent Eternit, die decennia asbest verwerkte. Deze week zijn voor het hof van beroep de debatten van start gegaan. Het bedrijf werd in 2011 veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 250.000 euro aan de familie Jonckheere, maar ging in beroep. "Vechten tegen de omerta" noemt zoon Eric Jonckheere het zelf. Een strijd van David tegen Goliath. Een eenzame David. Niet omdat zijn moeder het enige slachtoffer is van asbest. De asbestdoden in Kapelle-op-den-Bos, waar het bedrijf gevestigd is, en omstreken zijn niet te tellen. Bij de familie Jonckheere alleen waren er tot op vandaag al vier doden te betreuren.

Ook niet omdat het bedrijf Eternit kan weerleggen dat het wetens en willens asbest is blijven gebruiken, toen al lang bekend was dat het longvlieskanker en asbestose kon veroorzaken. Want hoewel Eternit zelf beweert pas in de jaren zeventig kennis te hebben gekregen van de gevaren, stapelden de wetenschappelijke bewijzen voor de relatie tussen asbest en kanker zich al in de jaren vijftig op. Bovendien bleef het bedrijf asbest produceren in Kapelle-op-den-Bos tot in ... 1994! Jawel, u leest het goed.

Schijnkeuze

Nee, het antwoord op de vraag waarom er zo weinig processen zijn in ons land, terwijl in Italië, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland al verschillende strenge strafrechtelijke uitspraken zijn gedaan in asbestprocessen, is bijzonder cynisch. De wetgeving rond het Asbestfonds - die er pas kwam na vele jaren gelobby van de betrokken bedrijven - geeft slachtoffers op hun sterfbed immers niet meer dan een schijnkeuze. Een keuze die geen keuze zou mogen zijn. Met het aanvaarden van een vergoeding uit het fonds om de hoogoplopende medische kosten te kunnen betalen in de laatste maanden van hun leven, doen asbestslachtoffers immers automatisch afstand van hun recht om het verantwoordelijke voormalige asbestbedrijf aan te klagen bij de rechtbank. Omdat de tijd en energie van de asbestslachtoffers schaars is - eens de symptomen er zijn , is het een kwestie van weken of maanden - kiest nagenoeg iedereen voor het Asbestfonds. En dus staat de familie Jonckheere voorlopig alleen. Niet met hun verhaal, wel in hun juridische strijd.

Françoise Jonckheere overleed in 2000 aan longvlieskanker, veroorzaakt door de inademing van asbest. De ziekte haalde haar snel. Haar man had zijn hele leven gewerkt voor Eternit in Kapelle-op-den-Bos, waar het gezin ook woonde. Het bedrijf denderde jarenlang met vrachtwagens vol asbest door de straten, langs scholen en pleinen. En zowat iedereen in de gemeente was net als haar man aan de slag in het bedrijf. Zonder al te veel bescherming. Over risico's werd niet gesproken. Die kregen de omwonenden en arbeiders pas decennia later te horen, hoewel die risico's al lang bekend waren. De man van Françoise overleed al in 1987 aan longvlieskanker. Toen dertien jaar later ook bij haar de ziekte werd vastgesteld, besloot ze niet in te gaan op de voorgestelde schadevergoeding. Ze moest en zou Eternit dagvaarden. Een leven is niet te koop, moet ze gedacht hebben. Rechtvaardigheid was al wat haar restte. Enkele maanden later overleed ze. Nog jaren voor de eerste uitspraak. Haar vijf zonen zetten haar strijd verbeten voort. Twee van hen bezweken in 2003 en 2009 aan ... dezelfde vorm van kanker. Vier mensen in één familie. Tot nu toe. De symptomen duiken vaak pas decennia later op.

Pact met de duivel

Het 'historisch compromis' over het Asbestfonds kwam in 2007 tot stand na uitvoerig overleg met de asbestnijverheid zelf. Over de juridische immuniteit hebben we het gehad, maar wist u ook dat het fonds wordt gespijsd door de overheid én álle werkgevers in dit land? En dus niet enkel die bedrijven die vroeger wetens en willens met asbest zijn blijven werken. De vervuiler betaalt, het is een mooi principe. Maar voor onder andere Eternit is het een ver-van-hun-bedshow. Want wie betaalt er hier echt, behalve de talrijke slachtoffers die via een pact met de duivel hun rechten moeten afstaan voor een stuiver?

Deze keuze die geen keuze is, voorgeschoteld aan mensen op hun sterfbed, is niet minder dan immoreel. Zo simpel is het.

En dus hebben we een wetsvoorstel ingediend dat deze onrechtvaardigheid moet wegwerken. Slachtoffers en hun familie moeten zelf kunnen beslissen of ze al dan niet een klacht indienen, ook al hebben ze een vergoeding gehad, zodat ze niet enkel financieel maar ook moreel hun zaak kunnen beslechten. Het is aan de rechter om te bepalen of en wie verantwoordelijk is. En ook de verjaringstermijn moeten we aanpassen, naar een termijn die pas begint te lopen vanaf het moment dat de diagnose wordt gesteld en vijf jaar later verstrijkt. Want vandaag is de juridische termijn van twintig jaar bij het opduiken van asbestgerelateerde ziektesymptomen vaak al lang verstreken. De keuze of er al dan niet een juridische procedure moet opgestart worden, is niet aan ons als wetgever. Die is aan de familie Jonckheere en al hun lotgenoten. Zonder meer.

Onderwerpen